Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 18 juni 2024

ECLI:NL:HR:2024:660Zaaknummer 22/04030

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 juni 2024
Publicatiedatum
18 juni 2024
Zaaknummer
22/04030
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vernieling van ruiten van deurwaarderskantoor en politiebureau, art. 350.1 Sr. Duur van vrijheidsbeperkende maatregel, art. 38v.3 Sr. Heeft hof vrijheidsbeperkende maatregel (gebiedsverbod) opgelegd voor langere periode dan wettelijk toegestaan door, nadat zowel Rb als hof deze maatregel dadelijk uitvoerbaar had verklaard en HR eerder arrest integraal had vernietigd, maatregel opnieuw op te leggen en opnieuw dadelijke uitvoerbaarheid hiervan te bevelen? HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2022:1014.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2024.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04030

Datum 18 juni 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 oktober 2022, nummer 22-002053-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.P. Stipdonk, advocaat te Leiden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2024.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.