Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 5 april 2024

ECLI:NL:HR:2024:523Zaaknummer 22/04164

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 april 2024
Publicatiedatum
5 april 2024
Zaaknummer
22/04164
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Pensioenrecht. Geschil over pensioenregeling. Is werkgever gehouden tot onverkorte nakoming van indexeringsregeling? Betalingsvoorbehoud; art. 12 en art. 20 Pensioenwet. Vraag of beroep op schending van procesafspraak grond gaf voor uitzondering op tweeconclusieregel.

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt Jaap Eden in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Jaap Eden deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 5 april 2024.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling van het middel
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/04164

Datum 5 april 2024

ARREST

In de zaak van

STICHTING IJSCOMPLEX JAAP EDEN,

gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie,

hierna: Jaap Eden,

advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,

tegen

1. [verweerder 1],

wonende te [woonplaats],

2. [verweerder 2],

wonende te [woonplaats], Spanje,

3. [verweerder 3],

wonende te [woonplaats],

4. [verweerder 4],

wonende te [woonplaats],

5. [verweerder 5], in haar hoedanigheid van erfgenaam van [erflater],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders],

advocaten: I.L.N. Timp en S.F. Sagel.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak 8786174 CV EXPL 20-17460 van de rechtbank Amsterdam van 6 april 2021;

b. het arrest in de zaak 200.294.060/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 augustus 2022.

Jaap Eden heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van Jaap Eden heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt Jaap Eden in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Jaap Eden deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 5 april 2024.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.