Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 8 maart 2024
ECLI:NL:HR:2024:325Zaaknummer 22/04591
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 8 maart 2024
- Publicatiedatum
- 8 maart 2024
- Zaaknummer
- 22/04591
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 22/04590, ECLI:NL:HR:2024:238.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, J. Wortel, M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 22/04591
Datum 8 maart 2024
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING GEMEENTELIJK BELASTINGKANTOOR TWENTE
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 oktober 2022, nr. BK-ARN 21/00559[_ab853f59-b12a-44d5-becd-43c7b92494b0], op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel (nr. AWB 20/2151) betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor het jaar 2020.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijk Belastingkantoor Twente, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 22 september 2023 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.[_6f31fc1d-ea37-4ef2-802f-ee7291a321c2]
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot vernietiging van de bestreden uitspraak leiden op de gronden die zijn vermeld in de rechtsoverwegingen 4.1.2 tot en met 4.1.5 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 22/04590, ECLI:NL:HR:2024:238.
3 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, J. Wortel, M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2024.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2023:832 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:PHR:2023:873 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2022:9076 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHDHA:2026:1832 Gerechtshof Den Haag, 19 maart 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2876 Gerechtshof Den Haag, 26 november 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:757 Gerechtshof Den Haag, 10 april 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:289 Parket bij de Hoge Raad, 7 maart 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:131 Gerechtshof Den Haag, 16 januari 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2023:832 Parket bij de Hoge Raad, 22 september 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2023:873 Parket bij de Hoge Raad, 22 september 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2022:9076 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 oktober 2022 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.