Uitspraak · Verbintenissenrecht
Hoge Raad, 1 maart 2024
ECLI:NL:HR:2024:294Zaaknummer 23/01192
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 1 maart 2024
- Publicatiedatum
- 1 maart 2024
- Zaaknummer
- 23/01192
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Goederenrecht, Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Verbintenissenrecht. Geschil over strook grond. Klachten over uitleg overeenkomst en leveringsakte.
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van WOM c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 1 maart 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/01192
Datum 1 maart 2024
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J.P. van den Berg,
tegen
1. WIJK ONTWIKKELINGS MAATSCHAPPIJ KERCKEBOSCH B.V.,
gevestigd te Zeist,
2. STICHTING WOONGOED ZEIST,
gevestigd te Zeist,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: WOM c.s.,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak NL19.3776 van de rechtbank Midden-Nederland van 21 april 2020, 29 juli 2020 en 22 februari 2021;
b. de arresten in de zaak 200.295.049 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 maart 2022 en 27 december 2022.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 27 december 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen WOM c.s. is verstek verleend.
De conclusie van de plaatsvervangende Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van WOM c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 1 maart 2024.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2024:43 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2024:43 Parket bij de Hoge Raad, 12 januari 2024 (verbintenissenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.