Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 27 februari 2024
ECLI:NL:HR:2024:261Zaaknummer 22/04056
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 27 februari 2024
- Publicatiedatum
- 27 februari 2024
- Zaaknummer
- 22/04056
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Jeugdzaak. Mensenhandel door te trachten minderjarige in de prostitutie te brengen, meermalen gepleegd (art.273f.1.2 en 273f.1.5 Sr), ontucht met minderjarige tussen 12 en 16 jaar (art. 245 Sr) en bezit kinderporno (art. 240b.1 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Verwerping alternatief scenario. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft hetgeen verdediging in hoger beroep heeft aangevoerd kennelijk niet gezien als een beroep op een alternatief scenario. Deze aan feitenrechter voorbehouden uitleg van gevoerd verweer is niet onbegrijpelijk en in (toelichting) middel wordt ook niet uiteengezet waarom dat wel het geval zou zijn. Volgt verwerping. Samenhang met 22/04163.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04056 J
Datum 27 februari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 oktober 2022, nummer 23-002805-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T. de Heer, advocaat te Almere, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de wijze waarop het hof een door de verdediging geschetst alternatief scenario heeft verworpen.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.4.
3 Beoordeling van het tweede en het derde cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2024.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2022:3781 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2024:86 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2024:86 Parket bij de Hoge Raad, 23 januari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2022:3781 Gerechtshof Amsterdam, 26 oktober 2022 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.