Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 26 november 2024
ECLI:NL:HR:2024:1692Zaaknummer 23/03991
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 26 november 2024
- Publicatiedatum
- 26 november 2024
- Zaaknummer
- 23/03991
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag op personenauto zonder dat beslagene is aangewezen (spookvoertuig), waarna OM last tot teruggave van auto aan eigenaar (ander dan klager) heeft gegeven en Rb klager n-o heeft verklaard in zijn klaagschrift omdat beslag is geëindigd. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 134.2.a Sv. Verzuim te beslissen op verzoek van raadsvrouw om behandeling van klaagschrift aan te houden i.v.m. detentie van klager. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. CAG: Vaststelling Rb dat klager niet beslagene is, brengt mee dat regeling van art. 116.3 Sv niet van toepassing is en dat beklag niet opgevat hoefde te worden als beklag over voornemen van OvJ tot teruggave aan ander dan beslagene, alsof deze teruggave nog niet had plaatsgevonden. Nu last tot teruggave aan rechthebbende was gegeven, was beslag ingevolge art. 134.2.a Sv op moment van beslissing op klaagschrift reeds beëindigd en was klager n-o in zijn beklag. Voorgaande brengt mee dat ontbreken van beslissing op verzoek tot aanhouding van behandeling in raadkamer geen strijd oplevert met goede procesorde en evenmin grond oplevert voor vernietiging van beschikking Rb. Kennelijk oordeel Rb dat het niet op aanhoudingsverzoek hoefde te beslissen, aangezien klager n-o is in zijn beklag en hij dus geen belang had bij aanhouding van zaak, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Nu Rb de klager terecht n-o heeft verklaard in beklag, kan klager niet worden ontvangen in cassatieberoep. Klager n-o.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03991 B
Datum 26 november 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 2 oktober 2023, nummer RK 23/018567, op een klaagschrift, als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft T. Straten, advocaat in Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2024.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2024:848 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2024:848 Parket bij de Hoge Raad, 24 september 2024 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.