Uitspraak · Verbintenissenrecht
Hoge Raad, 25 oktober 2024
ECLI:NL:HR:2024:1539Zaaknummer 23/04443
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 25 oktober 2024
- Publicatiedatum
- 25 oktober 2024
- Zaaknummer
- 23/04443
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Art. 7:17 BW. Non-conformiteit. Wat mocht koper van verkoper verwachten? Stond verkoper in voor advies leverancier?
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [A] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gasco begroot op € 2.845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [A] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 25 oktober 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/04443
Datum 25 oktober 2024
ARREST
In de zaak van
[eiser], handelend onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [A],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
GASCO NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Delft,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Gasco,
advocaat: R.T. Wiegerink.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/594232 / HA ZA 20-556 van de rechtbank Den Haag van 17 maart 2021 en 7 juli 2021;
b. het arrest in de zaak 200.303.961/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 augustus 2023.
[A] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Gasco heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Gasco toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [A] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [A] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gasco begroot op € 2.845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [A] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 25 oktober 2024.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2024:699 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1816 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2024:699 Parket bij de Hoge Raad, 28 juni 2024 (verbintenissenrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1816 Gerechtshof Den Haag, 15 augustus 2023 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.