Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 24 september 2024
ECLI:NL:HR:2024:1289Zaaknummer 24/00378
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 24 september 2024
- Publicatiedatum
- 25 september 2024
- Zaaknummer
- 24/00378
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
WOTS-zaak. Overname tenuitvoerlegging (7 maanden gevangenisstraf) van in Moldavië aan Nederlander opgelegde gevangenisstraf van 3 jaar en 6 maanden t.z.v. ontucht, grooming en verwerven en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen. Kon Rb oordelen dat niet kan worden vastgesteld dat in Moldavische strafzaak sprake is geweest van flagrante miskenning van fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging? HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2022:1762.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 september 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/00378 W
Datum 24 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 februari 2024, nummer 10-751064-20, omtrent een verzoek van de Republiek Moldavië tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing
tegen
[veroordeelde],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de veroordeelde.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft R.A. Kaarls, advocaat in ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 september 2024.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2024:790 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.