Uitspraak · Burgerlijk procesrecht
Hoge Raad, 12 mei 2023
ECLI:NL:HR:2023:703Zaaknummer 22/01073
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 12 mei 2023
- Publicatiedatum
- 12 mei 2023
- Zaaknummer
- 22/01073
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Toetsing bewijsoordeel. Leningen gedekt door hypotheekrecht? Lening rentedragend?
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.135,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 12 mei 2023.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/01073
Datum 12 mei 2023
ARREST
In de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats], Israël,
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: J.A.J. Leeman,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats], Israël,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: R.L.M.M. Tan.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/624349 / HA ZA 17-207 van de rechtbank Amsterdam van 12 april 2017, 26 juli 2017, 5 september 2018 en 26 juni 2019;
b. de arresten in de zaak 200.267.131/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 mei 2020 en 28 december 2021.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 28 december 2021 beroep in cassatie ingesteld.[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.135,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 12 mei 2023.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2023:138 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHAMS:2021:4152 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2023:138 Parket bij de Hoge Raad, 3 februari 2023 (burgerlijk procesrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2021:4152 Gerechtshof Amsterdam, 28 december 2021 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.