Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 12 mei 2023
ECLI:NL:HR:2023:690Zaaknummer 21/02603
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 12 mei 2023
- Publicatiedatum
- 12 mei 2023
- Zaaknummer
- 21/02603
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Arubaanse winstbelasting; art. 2 Landsverordening winstbelasting in samenhang met art. 1 Landsbesluit objectvrijstelling AVA; objectvrijstelling van winstbelasting voor een Aruba Vrijgestelde Vennootschap; vormt een renteloze lening beleggen van vermogen? Maatregelen waardoor een AVV niet langer onderworpen zal zijn aan Arubaanse winstbelasting. ECLI:NL:OGHACMB:2021:106
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2023.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 21/02603
Datum 12 mei 2023
ARREST
in de zaak van
[X] A.V.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de MINISTER VAN FINANCIËN VAN ARUBA
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Hof) van 22 april 2021, nr. AUA2019H00234[_028b953f-2d59-470e-941d-c61a7e741e4c], op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (nr. AUA201804120) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2012 opgelegde aanslag in de winstbelasting.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door J.P. Ruiter, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Minister, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 24 maart 2023 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.[_b27da1c7-2351-4537-b443-764c356b76bc]
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2023.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2023:292 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHAMS:2024:3626 Gerechtshof Amsterdam, 19 december 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:3632 Gerechtshof Amsterdam, 19 december 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1918 Gerechtshof Amsterdam, 7 mei 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1920 Gerechtshof Amsterdam, 7 mei 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2023:292 Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2023 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.