Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 18 april 2023
ECLI:NL:HR:2023:612Zaaknummer 22/04354
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 18 april 2023
- Publicatiedatum
- 18 april 2023
- Zaaknummer
- 22/04354
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op diverse stukken en digitale gegevens(dragers) onder notaris en notariskantoor t.z.v. verdenking van gewoonte maken van opzettelijk niet onverwijld melden van ongebruikelijke transacties die te maken kunnen hebben met witwaspraktijken of financiering van terrorisme en (gewoonte maken van) (schuld)witwassen door te faciliteren in opmaken van hypotheek- en leveringsakten waarbij oorsprong van gelden van personen met criminele antecedenten wordt verhuld. Verschoningsrecht notaris(kantoor), art. 218 jo. 98 Sv. 1. Heeft Rb verzuimd te beslissen op beklag over inhoud van shredder en gegevensbestanden? 2. Toetsingsmaatstaf en verdenking. Heeft Rb jegens klagers gestelde verdenking ten onrechte slechts marginaal getoetst en in het licht van hetgeen namens klagers is aangevoerd toereikend gemotiveerd geoordeeld dat jegens klagers een redelijk vermoeden van schuld bestaat? 3. Uitzondering op beslagverbod a.b.i. art. 98.1 Sv. Is sprake van “corpora et instrumenta delicti” (die in beginsel geen object van verschoningsrecht uitmaken) en/of van “zeer uitzonderlijke omstandigheden” die doorbreking van verschoningsrecht rechtvaardigen? HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2023.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04354 Bv
Datum 18 april 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 8 november 2022, nummers RK 22/013045; 22/013051; 22/017173 en 22/017171, op klaagschriften als bedoeld in artikel 98 lid 4 in samenhang met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,
en
[klaagster], H.O.D.N. [A],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de klagers.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klagers. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te ’sGravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2023.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2023:307 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2023:307 Parket bij de Hoge Raad, 21 maart 2023 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.