Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 11 april 2023

ECLI:NL:HR:2023:533Zaaknummer 21/02718

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 april 2023
Publicatiedatum
11 april 2023
Zaaknummer
21/02718
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Mensenhandel (meermalen gepleegd) door ander gedurende periode van ruim 6 jaren te dwingen zich alle dagen van week, gedurende groot aantal uren per dag, beschikbaar te stellen voor verrichten van arbeid in café (art. 273f.1.1 en 273f.1.6 Sr) en beïnvloeding van getuige (art. 285a.1 Sr). 1. Verweren strekkende tot strafvermindering respectievelijk bewijsuitsluiting wegens vormverzuimen in voorbereidend onderzoek ontoereikend m.b.t. mensenhandel. 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat verklaringen van aangever m.b.t. mensenhandel wegens onbetrouwbaarheid niet voor bewijs kunnen worden gebruikt. 3. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangever voldoende steun in ander bewijsmateriaal m.b.t. beïnvloeding van getuige? 4. Is t.a.v. beïnvloeding van getuige een mening, gissing of gevolgtrekking van getuige voor bewijs gebezigd? 5. Redelijke termijn in eerste aanleg. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/02714 en 21/02857.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2023.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02718

Datum 11 april 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 juni 2021, nummer 21-007038-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2023.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.