Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 4 april 2023
ECLI:NL:HR:2023:494Zaaknummer 21/04245
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 4 april 2023
- Publicatiedatum
- 11 april 2023
- Zaaknummer
- 21/04245
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving waarbij slachtoffer is overleden (art. 282.3 Sr). 1. Afwijzing getuigenverzoek op de grond dat getuigen reeds gehoord zijn door RC in aanwezigheid van verdediging. 2. Causaal verband tussen gedragingen verdachte en dood slachtoffer. HR: art. 81.1 RO en t.a.v. causaal verband ook gelet op HR:2023:493. Samenhang met 21/04202.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 april 2023.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/04245
Datum 4 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 8 oktober 2021, nummer 23-003568-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het – wat betreft het tweede cassatiemiddel ook gelet op het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 21/04302, ECLI:NL:HR:2023:493 – namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 april 2023.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2914 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2023:170 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBNNE:2024:217 Rechtbank Noord-Nederland, 30 januari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2914 Gerechtshof Amsterdam, 8 oktober 2021 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.