Uitspraak · Belastingrecht

Hoge Raad, 22 december 2023

ECLI:NL:HR:2023:1791Zaaknummer 22/00203

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 december 2023
Publicatiedatum
22 december 2023
Zaaknummer
22/00203
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; art. 10, leden 2 en 8, Wet BPM 1992; bepalen van afschrijving met taxatiemethode; referentieauto met andere CO2-uitstoot; “belasting van personenauto’s en motorrijwielen op het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst in gebruik is genomen”.

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en

- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld de helft van € 1.674, oftewel € 837, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2023.

Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 548.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Geding in cassatie
  2. 2 Beoordeling van het middel
  3. 3 Proceskosten
  4. 4 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 22/00203

Datum 22 december 2023

ARREST

in de zaak van

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

tegen

[X] (belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 december 2021, nrs. 20/01085 en 21/00028[_64d3ffe1-11a9-4c0a-ba91-14dae2562277], op het hoger beroep van belanghebbende en het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 19/05606) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

1 Geding in cassatie

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende, vertegenwoordigd door S.M. Bothof, heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van het middel

Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in rechtsoverwegingen 3.2.1 tot en met 3.3.2 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 22/00137, ECLI:NL:HR:2023:1703.

3 Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met nummers 22/00137 en 22/00203 met elkaar samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit).

Bij de berekening van de vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand gaat de Hoge Raad uit van de waarde per punt die is neergelegd in punt 2 van onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit (tekst vanaf 1 januari 2023).[_eac95b13-db72-4f0f-b913-3ecc76ea01e1]

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en

- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld de helft van € 1.674, oftewel € 837, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2023.

Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 548.

Samenhangende uitspraken

Deze uitspraak verwijst naar

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.