Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 19 december 2023

ECLI:NL:HR:2023:1770Zaaknummer 21/03203

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 december 2023
Publicatiedatum
19 december 2023
Zaaknummer
21/03203
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Economische zaak. Onvoldoende maatregelen nemen om zware ongevallen te voorkomen door bedrijf waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, art. 6.1 Arbeidsomstandighedenwet en art. 8.40.1 Wet milieubeheer jo. overtreding voorschriften art. 23 Besluit risico’s zware ongevallen 1999 en art. 5.1 Brzo 1999. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Is uitvaardigen exploitatieverbod vereist alvorens art. 23 Brzo 1999 kan worden overtreden? 2. Zijn invoeren veiligheidsbeheerssysteem en uitvoeren veiligheidsstudies maatregelen in de zin van Brzo 1999? 3. Is verrichten veiligheidsstudies een wettelijke verplichting, waarvan niet-naleving een strafbaar feit oplevert? 4. Bewijsklachten m.b.t. art. 8.40.1 Wet milieubeheer. 5. Bewijsklachten art. 6.1 Arbeidsomstandighedenwet m.b.t. opzet. 6. Strafmotivering (geldboete van € 180.000, waarvan € 40.000 voorwaardelijk). HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. Volgt verwerping. Samenhang met 21/03201 E en met 21/03202 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete;

- vermindert de geldboete in die zin dat deze € 177.500 bedraagt, waarvan € 40.000 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2023.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van het eerste tot en met het vijfde cassatiemiddel
  3. 3 Beoordeling van het zesde cassatiemiddel
  4. 4 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
  5. 5 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03203 E

Datum 19 december 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, van 28 juli 2021, nummer 21-004268-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] B.V. thans [verdachte] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.R. Doorenbos, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste tot en met het vijfde cassatiemiddel

2.1

De cassatiemiddelen komen met verschillende deelklachten op tegen de bewezenverklaring en/of kwalificatie van de feiten 1 en/of 2.

2.2

De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 43-131.

3 Beoordeling van het zesde cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel komt met verschillende deelklachten op tegen de strafmotivering.

3.2

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 132-146.

4 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde geldboete van € 180.000, waarvan € 40.000 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete;

- vermindert de geldboete in die zin dat deze € 177.500 bedraagt, waarvan € 40.000 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2023.

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.