Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 3 februari 2023
ECLI:NL:HR:2023:155Zaaknummer 22/02630
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 3 februari 2023
- Publicatiedatum
- 3 februari 2023
- Zaaknummer
- 22/02630
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2023.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 22/02630
Datum 3 februari 2023
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 30 mei 2022, nr. HAA 20/6234 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 8 juli 2021.
1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het beroep in cassatie is namens belanghebbende ingesteld door een advocaat. Het via het webportaal van de Hoge Raad ontvangen beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep. De griffier van de Hoge Raad heeft op 9 september 2022 in het digitale dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij gelegenheid is gegeven om dat verzuim binnen zes weken te herstellen. Daarop heeft de advocaat op 11 oktober 2022 in datzelfde digitale dossier een bericht geplaatst met de mededeling niet meer op te treden als gemachtigde van belanghebbende.
De griffier van de Hoge Raad heeft vervolgens belanghebbende bij aangetekende brief van 25 oktober 2022 in de gelegenheid gesteld het hiervoor in 1.1 bedoelde verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Daarom zal de Hoge Raad met toepassing van artikel 6:6 Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2023.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.