Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 11 juli 2023
ECLI:NL:HR:2023:1030Zaaknummer 21/04046
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 11 juli 2023
- Publicatiedatum
- 11 juli 2023
- Zaaknummer
- 21/04046
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Mishandeling verkoper schoenenwinkel die aanvankelijk identiteit van de hem van school bekende verdachte niet aan politie wil prijsgeven, art. 300.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht. Is verklaring van aangever betrouwbaar? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. bewijsvoering, art. 359.2 Sv. 3. Bewijsklacht herkenning door politieagent van verdachte op camerabeelden. Heeft hof met vereiste mate van nauwkeurigheid bewijsmiddel aangegeven waaraan het heeft ontleend dat door hof ttz. bekeken camerabeelden dezelfde beelden zijn als camerabeelden waarop herkenning berust van verdachte door verbalisant? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ’s Hofs oordeel dat onderliggend conflict reden kan zijn voor aanvankelijke terughoudendheid bij verklaren door aangever, is niet onbegrijpelijk. Daarmee is ‘s hofs motivering dat het geen aanleiding ziet om verklaring van aangever over wie hem zou hebben geslagen niet betrouwbaar te achten, niet onbegrijpelijk. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft verweer m.b.t. herkenning van verdachte op camerabeelden door verbalisant niet als uos opgevat maar als onderdeel van uos strekkende tot vrijspraak. Mede gelet op omvang van motiveringsplicht die door uos in het leven is geroepen, heeft hof toereikend gemotiveerd waarom het herkenning van verdachte op camerabeelden door verbalisant betrouwbaar acht. Daartoe heeft het immers vastgesteld dat ttz. in hoger beroep bekeken camerabeelden voldoende scherp en gedetailleerd zijn om daarop betrouwbare herkenning te baseren en overwogen dat hof er gelet op inhoud van dossier vanuit gaat dat deze camerabeelden dezelfde camerabeelden betreffen als beelden op basis waarvan verbalisant de verdachte heeft herkend. Ad 3. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Redengevend voor bewezenverklaring is p-v zelf. Omstandigheid “dat beelden die verbalisant heeft bekeken, dezelfde scherpe en gedetailleerde beelden zijn als bestand” is omstandigheid die ten grondslag is gelegd aan weerlegging van betrouwbaarheidsverweer m.b.t. gebezigd bewijsmateriaal. Voor dergelijke weerlegging gelden niet eisen die gelden voor een voor bewezenverklaring redengevende omstandigheid. Dat hoeft ook geen bevreemding te wekken, nu in bewijsmiddelen slechts dat opgenomen dient te worden wat feitenrechter redengevend heeft geacht voor bewezenverklaring, niet ook datgene wat maakt dat hij b.m. redengevend heeft geacht. Volgt verwerping.
5 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2023.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/04046
Datum 11 juli 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 september 2021, nummer 23-000014-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verklaring van de aangever betrouwbaar is.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 7, 9 en 10.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met de tweede volzin van het tweede lid van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de bewijsvoering.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 13 tot en met 15.
4 Beoordeling van het derde cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof niet met de vereiste mate van nauwkeurigheid het bewijsmiddel heeft aangegeven waaraan het heeft ontleend dat de door het hof ter terechtzitting bekeken camerabeelden dezelfde beelden zijn als de camerabeelden waarop de herkenning berust van de verdachte door verbalisant [verbalisant].
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 19 en 20.
5 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2023.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2750 http://psi.rechtspraak.nl/herziening
- ECLI:NL:PHR:2023:673 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2023:673 Parket bij de Hoge Raad, 13 juni 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2750 Gerechtshof Amsterdam, 21 september 2021 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.