Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 21 juni 2022
ECLI:NL:HR:2022:903Zaaknummer 21/01263
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 21 juni 2022
- Publicatiedatum
- 21 juni 2022
- Zaaknummer
- 21/01263
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verkrachting (art. 242 Sr) en bedreiging (art. 285.1 Sr). 1. Ondervragingsrecht t.a.v. aangeefster. 2. Afwijzing verzoek tot horen van aangeefster als getuige i.v.m. haar gezondheid. 3. Vordering benadeelde partij. Afwijzing verzoek tot betaling van schadevergoeding in termijnen. 4. Schriftuur b.p. Vaststelling kilometervergoeding. 5. Schriftuur b.p. Kunnen reiskosten gemaakt voor bijwonen van zittingen, gesprekken met advocaat en slachtoffergesprekken worden aangemerkt als rechtstreekse schade? 6. Schriftuur b.p. Kunnen kosten voor verwijderen van dreadlocks van b.p. en aanschaf van elektrische fiets worden aangemerkt als rechtstreekse schade? 7. Schriftuur b.p. Ontvankelijkheid b.p. t.a.v. toekomstige schade. HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2022.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01263
Datum 21 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 maart 2021, nummer 20-002458-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft F.W. Oehlen, advocaat te Sittard, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat van de benadeelde partij [benadeelde] heeft een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft bij conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep en bij aanvullende conclusie tot ongegrondverklaring van de door de benadeelde partij ingediende middelen.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2022:336 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHSHE:2021:765 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2022:1212 http://psi.rechtspraak.nl/nadereConclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2022:1212 Parket bij de Hoge Raad, 24 mei 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:336 Parket bij de Hoge Raad, 12 april 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2021:765 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17 maart 2021 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.