Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 8 april 2022
ECLI:NL:HR:2022:523Zaaknummer 21/00653
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 8 april 2022
- Publicatiedatum
- 8 april 2022
- Zaaknummer
- 21/00653
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Maatschap. Art. 3:185 BW. Uitleg maatschapsakte en verdeling gemeenschap. Voortzettingsrecht.
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 421,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 8 april 2022.
Volledige tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/00653
Datum 8 april 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaten: D.M. de Knijff en M.S. van der Keur,
tegen
1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaten: J.A.M.A. Sluysmans en N. van Triet.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/08/210769/HA ZA 17-535 van de rechtbank Overijssel van 17 januari 2018 en 8 augustus 2018;
het arrest in de zaak 200.250.436 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 november 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 421,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 8 april 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2021:1137 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2020:9519 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4783 Rechtbank Den Haag, 25 februari 2026 (ondernemingsrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:7873 Rechtbank Den Haag, 29 juni 2022 (ondernemingsrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:1137 Parket bij de Hoge Raad, 12 november 2021 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2020:9519 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 november 2020 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.