Uitspraak · Belastingrecht

Hoge Raad, 25 maart 2022

ECLI:NL:HR:2022:435Zaaknummer 21/00093

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 maart 2022
Publicatiedatum
25 maart 2022
Zaaknummer
21/00093
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2022.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Geding in cassatie
  2. 2 Beoordeling van de klachten
  3. 3 Proceskosten
  4. 4 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 21/00093

Datum 25 maart 2022

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de RAAD VAN BESTUUR VAN HET UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 december 2020, nr. 20/2190[_f8042938-7646-456a-afce-004b6ed178b6], op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. 19/4820) betreffende aan belanghebbende gegeven beschikkingen op grond van artikel 127a, lid 1, Werkloosheidswet, artikel 7, lid 2, Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen en artikel 72c, lid 1, Ziektewet.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (hierna: de Raad van Bestuur), vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Raad van Bestuur heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2022.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.