Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 20 december 2022
ECLI:NL:HR:2022:1911Zaaknummer 21/03874
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 20 december 2022
- Publicatiedatum
- 20 december 2022
- Zaaknummer
- 21/03874
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Medeplegen van medeplichtigheid tot het medeplegen van moord op medewerker van spy(web)shop van wie werd vermoed dat hij met politie had gepraat (art 289 Sr). Bewijsklacht m.b.t. medeplegen van medeplichtigheid. Is het aandeel van verdachte in de uitvoering van voldoende gewicht geweest, nu de door verdachte verstrekte informatie cruciaal is voor de identificatie (en observatie) van slachtoffer? HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2022.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/03874
Datum 20 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 september 2021, nummer 21-001516-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHARL:2021:8395 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2022:1229 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBAMS:2024:703 Rechtbank Amsterdam, 27 februari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:1229 Parket bij de Hoge Raad, 8 november 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:8395 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 september 2021 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.