Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 13 december 2022
ECLI:NL:HR:2022:1692Zaaknummer 21/01583
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 13 december 2022
- Publicatiedatum
- 13 december 2022
- Zaaknummer
- 21/01583
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Belaging buren door jarenlang bijna dagelijks overlast te veroorzaken, art. 285b.1 Sr. 1. Bewijsklacht. Voldaan aan bestanddeel ‘stelselmatig’? 2. Bewijsklachten t.a.v. opzet en oogmerk. 3. Vordering benadeelde partij m.b.t. aanschaf van camera met geheugensteun. Heeft hof in strijd met art. 24 Rv de feitelijke grondslag van de vordering benadeelde partij aangevuld? 4. Vordering b.p. m.b.t. immateriële schade. Heeft hof ten onrechte geoordeeld dat sprake is van rechtstreekse immateriële schade? HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2022.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01583
Datum 13 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 april 2021, nummer 21-004382-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.A.A. Postma, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2022:1006 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2021:4035 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2022:1006 Parket bij de Hoge Raad, 1 november 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:4035 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 april 2021 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.