Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 21 oktober 2022
ECLI:NL:HR:2022:1517Zaaknummer 22/00041
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2022
- Publicatiedatum
- 21 oktober 2022
- Zaaknummer
- 22/00041
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2022.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 22/00041
Datum 21 oktober 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE AMSTERDAM
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 24 november 2021, nr. BKDH-21/00840[_f4d95471-409f-4293-b553-7c43654a6ecd], op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 18/5919) betreffende een verzoek om een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A. Bakker, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, vertegenwoordigd door J.G. Bakker, heeft een verweerschrift ingediend.
2 Beoordeling van de klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2021:4117 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHAMS:2023:391 Gerechtshof Amsterdam, 7 februari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:401 Gerechtshof Amsterdam, 7 februari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:756 Gerechtshof Amsterdam, 17 januari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:773 Gerechtshof Amsterdam, 17 januari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:774 Gerechtshof Amsterdam, 17 januari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2022:3731 Gerechtshof Amsterdam, 13 december 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2021:4117 Gerechtshof Amsterdam, 24 november 2021 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.