Uitspraak · Verbintenissenrecht
Hoge Raad, 7 oktober 2022
ECLI:NL:HR:2022:1369Zaaknummer 21/02821
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2022
- Publicatiedatum
- 7 oktober 2022
- Zaaknummer
- 21/02821
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg opfokovereenkomst kalveren. Zijn partijen verdeling van fosfaatrechten overeengekomen? Bewijslast. Rechtsgevolg voortijdig weghalen kalveren; grenzen rechtstrijd.
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.177,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 7 oktober 2022.
Volledige tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/02821
Datum 7 oktober 2022
ARREST
In de zaak van
1. [melkveebedrijf] V.O.F.,gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiser 2],wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],wonende te [woonplaats],
4. [eiser 4],wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J. de Jong van Lier,
tegen
[verweerder],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: K. Aantjes.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/08/197326 / HA ZA 17-50 van de rechtbank Overijssel van 9 mei 2018, 8 mei 2019 en 10 juli 2019;
de arresten in de zaak 200.264.812/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 maart 2020 en 6 april 2021.
[eisers] hebben tegen het arrest van 6 april 2021 van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.177,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 7 oktober 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2022:500 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2021:3286 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2022:500 Parket bij de Hoge Raad, 20 mei 2022 (verbintenissenrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:3286 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 april 2021 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.