Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 23 september 2022
ECLI:NL:HR:2022:1270Zaaknummer 21/01830
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 23 september 2022
- Publicatiedatum
- 23 september 2022
- Zaaknummer
- 21/01830
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Uitsluiting in polis voor schade aan gevaarsobjecten bestaand uit of veroorzaakt door instorting of verzakking van gebouwen. Valt schade door scheurvorming en dreigende instabiliteit onder uitsluiting in polis? Sinkhole.
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt NSI in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Chubb begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien NSI deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 23 september 2022.
Volledige tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/01830
Datum 23 september 2022
ARREST
In de zaak van
NSI VASTGOED B.V., rechtsopvolgster van NSI Winkels B.V.,gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: NSI,
advocaat: L.V. van Gardingen,
tegen
CHUBB EUROPEAN GROUP SE, rechtsopvolgster van CHUBB INSURANCE COMPANY OF EUROPE SE,gevestigd te Courbevoie, Frankrijk,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: Chubb,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/10/480168/ HA ZA 15-746 van de rechtbank Rotterdam van 27 juli 2016 en 20 juni 2018 (hersteld bij beslissing van 12 september 2018);
het arrest in de zaak 200.248.765/01 van het gerechtshof Den Haag van 26 januari 2021.
NSI heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Chubb heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor NSI mede door M.E.B. de Gans en voor Chubb mede door F.H. Oosterloo.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van NSI heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt NSI in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Chubb begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien NSI deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 23 september 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2022:229 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2021:110 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2201 Gerechtshof Den Haag, 19 november 2024 (verbintenissenrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:229 Parket bij de Hoge Raad, 11 maart 2022 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:110 Gerechtshof Den Haag, 26 januari 2021 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.