Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 4 februari 2022
ECLI:NL:HR:2022:117Zaaknummer 20/01905
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 4 februari 2022
- Publicatiedatum
- 4 februari 2022
- Zaaknummer
- 20/01905
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurders- en aandeelhoudersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling. Onrechtmatige dividenduitkeringen.
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt HHI c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 4 februari 2022.
Volledige tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01905
Datum 4 februari 2022
ARREST
In de zaak van
1. HARLINGEN HOLDINGS INDUSTRIES B.V., gevestigd te Sneek,
2. [eiser 2],wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: HHI c.s.,
advocaat: B.I. Kraaipoel,
tegen
Dominicus Cornelis POIESZ, in zijn hoedanigheid van curator in het
faillissement van WELSEC SCHILDERS- EN CLASSIFICEERBEDRIJF B.V.,kantoorhoudende te Sneek,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/17/132632 / HA ZA 14-59 van de rechtbank Noord-Nederland van 19 juli 2017;
de arresten in de zaak 200.226.616/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 oktober 2019 en 24 maart 2020.
HHI c.s. hebben tegen het arrest van het hof van 24 maart 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de curator is verstek verleend.
De zaak is voor HHI c.s. toegelicht door hun advocaat en mede door G.M. van de Vuurst.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt HHI c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 4 februari 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2021:739 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2020:2491 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2021:739 Parket bij de Hoge Raad, 6 augustus 2021 (ondernemingsrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2020:2491 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 maart 2020 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.