Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 15 juli 2022
ECLI:NL:HR:2022:1082Zaaknummer 21/02336
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 15 juli 2022
- Publicatiedatum
- 15 juli 2022
- Zaaknummer
- 21/02336
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid belastingadvies- en accountantskantoor i.v.m. advisering bij herstructurering.
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Baker Tilly in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Enki begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 15 juli 2022.
Volledige tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/02336
Datum 15 juli 2022
ARREST
In de zaak van
BAKER TILLY (NETHERLANDS) N.V.,gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Baker Tilly,
advocaten: P.A. Fruytier en H. Boom,
tegen
ENKI-PTAH RESPECT SRO,gevestigd te Nitra, Slowakije,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Enki,
advocaat: M.S. van der Keur.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/08/200403/HAZA 17-164 van de rechtbank Overijssel van 11 april 2018;
de arresten in de zaak 200.245.952 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 december 2019 en 2 maart 2021.
Baker Tilly heeft tegen het arrest van het hof van 2 maart 2021 beroep in cassatie ingesteld.
Enki heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten; voor Baker Tilly mede door L.M. van Ringelestijn en voor Enki mede door D.M. de Knijff.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Baker Tilly hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Baker Tilly in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Enki begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 15 juli 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2022:232 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2021:2001 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2022:232 Parket bij de Hoge Raad, 11 maart 2022 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:2001 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 maart 2021 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.