Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 8 juli 2022
ECLI:NL:HR:2022:1033Zaaknummer 21/04695
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 8 juli 2022
- Publicatiedatum
- 8 juli 2022
- Zaaknummer
- 21/04695
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 8:113 Awb, taak appelrechter, onjuist dictum Rechtbank, belang bij vernietiging in hoger beroep?
5 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2022.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 21/04695
Datum 8 juli 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 2 november 2021, nr. 20/00595[_9807dacd-a150-4e8f-aed0-ea7bfe439162], op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 20/1072), betreffende een ten aanzien van belanghebbende genomen beslissing van de Ontvanger inzake het verrekenen van een uit te betalen teruggave.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Na het verstrijken van de cassatietermijn heeft belanghebbende een geschrift met bijlagen ingediend. De Hoge Raad slaat op die stukken geen acht.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
2 Uitgangspunten in cassatie
Bij de aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2018 is aan belanghebbende meegedeeld dat een terug te ontvangen bedrag zal worden verrekend met een openstaande belastingschuld.
Belanghebbende heeft tegen die verrekening bezwaar gemaakt. De Ontvanger heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Ontvanger beroep ingesteld. De Rechtbank heeft overwogen dat een op artikel 24, aanhef en lid 1, van de Invorderingswet 1990 gegrond besluit tot verrekening niet wordt genomen in de vorm van een voor bezwaar vatbare beschikking, dat uit artikel 26, lid 1, AWR volgt dat beroep bij de belastingrechter niet mogelijk is, en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld. Het Hof heeft uit de toepasselijke bepalingen in de AWR en de Awb afgeleid dat de bestuursrechter (belastingrechter) ter zake van een krachtens artikel 24 van de Invorderingswet 1990 genomen besluit niet bevoegd is. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en de Rechtbank onbevoegd verklaard.
3. Beoordeling van de uitspraak van het Hof naar aanleiding van de klachten en ambtshalve
Bij de beoordeling van de tegen het hiervoor in 2.4 weergegeven oordeel van het Hof gerichte klachten stelt de Hoge Raad voorop dat vernietiging van een door de voorgaande rechter gedane uitspraak wegens een (vermeende) misslag in het dictum slechts aangewezen is indien de belangen van de appellant daarmee kunnen worden gediend. Dat zal in het algemeen niet het geval zijn indien de rechtbank het beroep naar het oordeel van de appelrechter niet ongegrond maar niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Ook indien een beroep ongegrond is verklaard terwijl de rechtbank zich naar het oordeel van de appelrechter onbevoegd had behoren te verklaren, valt niet zonder meer in te zien hoe corrigeren van het dictum enig belang van de appellant kan dienen.
Blijkens de stukken van het geding heeft belanghebbende beroep en vervolgens hoger beroep ingesteld met het oog op vergoeding van schade die naar zijn inzicht aan het optreden van de Belastingdienst is toe te rekenen. Zowel ongegrondverklaring van het beroep als onbevoegdverklaring van de Rechtbank stonden in de weg aan een oordeel over vergoeding van die door belanghebbende aangevoerde schade. Met de door het Hof gekozen vernietiging van de uitspraak op het beroep was dus geen redelijk belang gediend.
Het hiervoor overwogene kan echter niet tot cassatie leiden. Na cassatie zou het hoger beroep slechts ongegrond kunnen worden verklaard. Daarmee zou de uitspraak van de Rechtbank, inhoudende dat het beroep ongegrond is, moeten worden bevestigd. Niet valt in te zien hoe deze correctie enig belang van belanghebbende zou kunnen dienen.
De klachten kunnen voor het overige niet leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van de klachten is het in zoverre namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
5 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2021:3640 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHDHA:2026:1832 Gerechtshof Den Haag, 19 maart 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1771 Gerechtshof Amsterdam, 3 maart 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2026:1887 Gerechtshof Den Haag, 18 februari 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3468 Gerechtshof Amsterdam, 18 december 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2876 Gerechtshof Den Haag, 26 november 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2403 Gerechtshof Den Haag, 29 oktober 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:5901 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 september 2025 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2025:1673 Gerechtshof Amsterdam, 24 juni 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2053 Gerechtshof Amsterdam, 13 mei 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2025:1167 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 april 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:757 Gerechtshof Den Haag, 10 april 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:358 Hoge Raad, 7 maart 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:131 Gerechtshof Den Haag, 16 januari 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:152 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 januari 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2602 Gerechtshof Den Haag, 12 december 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:7519 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 december 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:7353 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 november 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:4613 Raad van State, 13 november 2024 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:3437 Gerechtshof Amsterdam, 29 oktober 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2108 Gerechtshof Den Haag, 16 oktober 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2109 Gerechtshof Den Haag, 16 oktober 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:828 Parket bij de Hoge Raad, 23 augustus 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2086 Gerechtshof Den Haag, 14 augustus 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:3113 Raad van State, 31 juli 2024 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1384 Gerechtshof Den Haag, 23 juli 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1775 Gerechtshof Den Haag, 10 juli 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1209 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 april 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:1984 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 maart 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:238 Hoge Raad, 8 maart 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:742 Gerechtshof Amsterdam, 28 februari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1065 Gerechtshof Den Haag, 18 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1062 Gerechtshof Den Haag, 10 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:264 Gerechtshof Amsterdam, 9 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:8812 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 december 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:8813 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 december 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:2265 Gerechtshof Den Haag, 7 november 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2023:3284 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11 oktober 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:2449 Gerechtshof Amsterdam, 28 september 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:2213 Gerechtshof Den Haag, 21 september 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:2591 Gerechtshof Amsterdam, 19 september 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2023:244 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 19 september 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2023:7706 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 september 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2023:3376 Rechtbank Noord-Nederland, 3 augustus 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:1599 Gerechtshof Amsterdam, 20 juni 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2023:4774 Rechtbank Rotterdam, 16 mei 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:999 Gerechtshof Amsterdam, 13 april 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2023:1361 Rechtbank Noord-Holland, 9 maart 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:1248 Gerechtshof Amsterdam, 21 februari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:384 Gerechtshof Den Haag, 16 februari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:1245 Gerechtshof Amsterdam, 24 januari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2023:674 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 januari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2022:8020 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 december 2022 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1909 Gerechtshof Den Haag, 14 september 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1777 Gerechtshof Den Haag, 7 september 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2022:6288 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 juli 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2021:3640 Gerechtshof Amsterdam, 2 november 2021 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.