Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 5 juli 2022
ECLI:NL:HR:2022:1007Zaaknummer 21/01305
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 5 juli 2022
- Publicatiedatum
- 5 juli 2022
- Zaaknummer
- 21/01305
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Hells Angels, charter Haarlem. Deelneming criminele organisatie (art. 140 Sr.) en voorhanden hebben vuurwapens en munitie (art. 26.1 WWM). 1. Hof is voorbijgegaan aan uos dat niet Hells Angels charter Haarlem, maar enkel ‘jonge garde’ daarvan, gevormd door anderen dan verdachte, criminele organisatie vormden. 2. Bewijsklachten deelneming criminele organisatie. 3. Bewijsklachten voorhanden hebben vuurwapens en munitie. 4. Klacht motivering strafoplegging. HR: art. 81.1 RO. Volgt verwerping. Samenhang met 21/01312, 21/01272, 21/01206, 21/01219, 21/01271 en 21/01309.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers, J.C.A.M. Claassens, M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2022.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01305
Datum 5 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 maart 2021, nummer 23-002768-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers, J.C.A.M. Claassens, M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2022:375 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHAMS:2021:646 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2022:375 Parket bij de Hoge Raad, 19 april 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2021:646 Gerechtshof Amsterdam, 10 maart 2021 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.