Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 1 juni 2021
ECLI:NL:HR:2021:812Zaaknummer 19/01719
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 1 juni 2021
- Publicatiedatum
- 1 juni 2021
- Zaaknummer
- 19/01719
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verduistering in dienstbetrekking, art. 322 Sr. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Bedraagt maximale duur van gijzeling 360 of 365 dagen en betreft dit een opleggings- of executiekwestie? HR vernietigt overeenkomstig HR:2020:914 ’s hofs uitspraak v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast. O.g.v. redenen vermeld in CAG geldt daarbij dat, als duur van vervangende hechtenis meer dan 360 dagen bedraagt, duur waarvoor gijzeling kan worden toegepast moet worden bepaald op een jaar en dat in dit verband (in aanmerking genomen dat bestreden uitspraak voor 1-1-2020 is gewezen) onder een jaar 360 dagen moet worden verstaan. HR bepaalt dat t.a.v. schadevergoedingsmaatregel t.b.v. slachtoffer met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling voor de duur van ten hoogste een jaar kan worden toegepast.
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast en wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis die is verbonden aan de taakstraf;
- bepaalt dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering gijzeling voor de duur van ten hoogste een jaar kan worden toegepast;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis die is verbonden aan de taakstraf in die zin dat deze 171 uren, subsidiair 85 dagen hechtenis, belopen;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juni 2021.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/01719
Datum 1 juni 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 maart 2019, nummer 23/001955-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.J.W. Tijkotte, advocaat te Koog aan de Zaan, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot:
- vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis en voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij vervangende hechtenis is toegepast;
- tot vermindering van het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis naar de gebruikelijke maatstaf;
- tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van 360 dagen kan worden toegepast;
- en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
Het hof heeft de verdachte de verplichting opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer het in het arrest vermelde bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 365 dagen hechtenis.
Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof vernietigen voor zover daarbij vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914. Op grond van de redenen die staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 16-27 geldt daarbij dat, als de duur van de vervangende hechtenis meer dan 360 dagen bedraagt, de duur waarvoor gijzeling kan worden toegepast moet worden bepaald op een jaar en dat in dit verband – in aanmerking genomen dat de bestreden uitspraak voor 1 januari 2020 is gewezen – onder een jaar 360 dagen moet worden verstaan.
4 Beoordeling van het derde cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast en wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis die is verbonden aan de taakstraf;
- bepaalt dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering gijzeling voor de duur van ten hoogste een jaar kan worden toegepast;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis die is verbonden aan de taakstraf in die zin dat deze 171 uren, subsidiair 85 dagen hechtenis, belopen;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juni 2021.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2021:113 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBOBR:2026:4572 Rechtbank Oost-Brabant, 26 juni 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2026:557 Parket bij de Hoge Raad, 2 juni 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1331 Gerechtshof Amsterdam, 12 mei 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1177 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 februari 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:975 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 februari 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2026:233 Hoge Raad, 13 februari 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:1923 Hoge Raad, 16 december 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2025:14163 Rechtbank Noord-Holland, 4 december 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:1773 Hoge Raad, 25 november 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:1116 Parket bij de Hoge Raad, 14 oktober 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:1119 Parket bij de Hoge Raad, 14 oktober 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:1087 Hoge Raad, 8 juli 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:691 Parket bij de Hoge Raad, 8 juli 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:905 Hoge Raad, 17 juni 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:609 Parket bij de Hoge Raad, 27 mei 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:621 Hoge Raad, 22 april 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:496 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 februari 2025 (strafprocesrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:497 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 februari 2025 (strafprocesrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:498 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 februari 2025 (strafprocesrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:501 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 februari 2025 (strafprocesrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:505 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 februari 2025 (strafprocesrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:533 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 februari 2025 (strafprocesrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:534 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 februari 2025 (strafprocesrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:564 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 februari 2025 (strafprocesrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:573 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 februari 2025 (strafprocesrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:574 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 februari 2025 (strafprocesrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:575 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 februari 2025 (strafprocesrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:586 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 februari 2025 (strafprocesrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:66 Hoge Raad, 14 januari 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBAMS:2024:8426 Rechtbank Amsterdam, 18 december 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBAMS:2024:8429 Rechtbank Amsterdam, 18 december 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:1765 Hoge Raad, 3 december 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:1077 Parket bij de Hoge Raad, 5 november 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:1079 Parket bij de Hoge Raad, 5 november 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:1530 Hoge Raad, 22 oktober 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:1009 Hoge Raad, 9 juli 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:835 Hoge Raad, 11 juni 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:471 Parket bij de Hoge Raad, 21 mei 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:551 Hoge Raad, 9 april 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2023:1027 Hoge Raad, 11 juli 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2023:544 Hoge Raad, 11 april 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2023:545 Hoge Raad, 11 april 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2023:284 Hoge Raad, 7 maart 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2023:21 Parket bij de Hoge Raad, 10 januari 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:759 Parket bij de Hoge Raad, 13 september 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2802 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 augustus 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:1063 Parket bij de Hoge Raad, 5 juli 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2403 Rechtbank Midden-Nederland, 5 juli 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2459 Rechtbank Midden-Nederland, 5 juli 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2461 Rechtbank Midden-Nederland, 5 juli 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2507 Rechtbank Midden-Nederland, 5 juli 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2508 Rechtbank Midden-Nederland, 5 juli 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2509 Rechtbank Midden-Nederland, 5 juli 2022 (materieel strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2511 Rechtbank Midden-Nederland, 5 juli 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2525 Rechtbank Midden-Nederland, 5 juli 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2529 Rechtbank Midden-Nederland, 5 juli 2022 (materieel strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2531 Rechtbank Midden-Nederland, 5 juli 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2541 Rechtbank Midden-Nederland, 5 juli 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2543 Rechtbank Midden-Nederland, 5 juli 2022 (materieel strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2562 Rechtbank Midden-Nederland, 5 juli 2022 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.