Uitspraak · Verbintenissenrecht
Hoge Raad, 5 maart 2021
ECLI:NL:HR:2021:348Zaaknummer 19/03377
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 5 maart 2021
- Publicatiedatum
- 5 maart 2021
- Zaaknummer
- 19/03377
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Burgerlijk procesrecht, Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Procesrecht. Vordering VvE tot ongedaanmaking van wijzigingen aan appartementsgebouw. Procesvolmacht VvE. Uitleg splitsingsakte. Dwangsom. Uitleg dictum. Samenhang met HR 20 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1851.
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Lidl in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de VvE begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 5 maart 2021.
Volledige tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/03377
Datum 5 maart 2021
ARREST
In de zaak van
LIDL NEDERLAND GMBH,statutair gevestigd te Neckarsulm, Duitsland,
kantoorhoudende te Huizen,
EISERES tot cassatie,
hierna: Lidl,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
VERENIGING VAN EIGENAARS [het gebouw]
,gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de VvE,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/10/499860 / HA ZA 16-402 van de rechtbank Rotterdam van 25 januari 2017;
het arrest in de zaak 200.214.283/02 van het gerechtshof Den Haag van 16 april 2019.
Lidl heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de VvE is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Lidl in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de VvE begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 5 maart 2021.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2020:563 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2019:752 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBROT:2023:10190 Rechtbank Rotterdam, 18 oktober 2023 (verbintenissenrecht)
- ECLI:NL:PHR:2020:563 Parket bij de Hoge Raad, 5 juni 2020 (verbintenissenrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2019:752 Gerechtshof Den Haag, 16 april 2019 (goederenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.