Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 24 december 2021
ECLI:NL:HR:2021:1950Zaaknummer 20/01019
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 24 december 2021
- Publicatiedatum
- 24 december 2021
- Zaaknummer
- 20/01019
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Vraag of printerfabrikant onrechtmatig handelt door in printers software met dynamische beveiliging te installeren waardoor inktpatronen van andere leveranciers worden geweigerd of foutmelding opleveren. Collectieve actie, art. 3:305a (oud) BW.
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HP c.s. begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Stichting deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt HP c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien HP c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 december 2021.
Volledige tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01019
Datum 24 december 2021
ARREST
In de zaak van
STICHTING 123INKT-HUISMERK KLANTEN,gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de Stichting,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
1. HP NEDERLAND B.V.,gevestigd te Amstelveen,
2. de rechtspersoon naar vreemd recht HP INC.,gevestigd te Palo Alto, Californië, Verenigde Staten van Amerika,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: HP c.s.,
advocaat: A.M. van Aerde.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/13/620175/ HA ZA 16-1241 van de rechtbank Amsterdam van 27 december 2017;
het arrest in de zaak 200.237.056/01 van het gerechtshof Amsterdam van 17 december 2019.
De Stichting heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
HP c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Stichting mede door Th.C.J.A. van Engelen en voor HP c.s. mede door N.M. Bilderbeek.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het principaal en incidenteel cassatieberoep.
2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HP c.s. begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Stichting deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt HP c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien HP c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 december 2021.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2021:713 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHAMS:2019:4502 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHAMS:2025:200 Gerechtshof Amsterdam, 28 januari 2025 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:3200 Gerechtshof Amsterdam, 19 november 2024 (civiel recht)
- ECLI:NL:PHR:2021:713 Parket bij de Hoge Raad, 9 juli 2021 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHAMS:2019:4502 Gerechtshof Amsterdam, 17 december 2019 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.