Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 30 november 2021
ECLI:NL:HR:2021:1794Zaaknummer 20/01876
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 30 november 2021
- Publicatiedatum
- 30 november 2021
- Zaaknummer
- 20/01876
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Medeplegen beïnvloeden van twee getuigen m.b.t. af te leggen verklaringen over betrokkenheid van verdachte en zijn echtgenote bij hennepteelt (art. 285a.1 Sr) en voorhanden hebben van veerdrukmachinegeweer met demper en boksbeugel (art. 13.1 WWM). 1. Totale strafoplegging (12 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf i.c.m. taakstraf) in drie gelijktijdig maar niet gevoegd behandelde zaken i.s.m. (ratio van) art. 9.4 Sr? 2. Betrekken van niet-tlgd. bedreigingen bij strafoplegging. 3. Moet bij motivering van bijzondere voorwaarden van contact- en locatieverbod ex art. 14c.2 Sr worden aangesloten bij motiveringsplicht voor vrijheidsbeperkende maatregel ex art. 38v Sr? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/01841, 20/01843 P, 20/01869 P, 20/01870, 20/01871 P en 20/01873.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 november 2021.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/01876
Datum 30 november 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 juni 2020, nummer 21-005948-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 november 2021.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2021:958 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2021:1801 Hoge Raad, 30 november 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:958 Parket bij de Hoge Raad, 12 oktober 2021 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.