Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 23 november 2021
ECLI:NL:HR:2021:1642Zaaknummer 20/03352
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 23 november 2021
- Publicatiedatum
- 23 november 2021
- Zaaknummer
- 20/03352
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorbereidingshandelingen invoer 100 kilo cocaïne (art. 10.5 jo. 10a.1.2 Opiumwet), medeplegen bedrijfsmatige hennepteelt (art. 3.B jo. 11.3 Opiumwet) en medeplegen aanwezig hebben vermalen hennep (art. 3.C Opiumwet). 1. Bewijsklachten voorbereidingshandelingen invoer cocaïne. Heeft verdachte opzet gehad op het binnen grondgebied van Nederland brengen van 100 kilo cocaïne? 2. Bewijsklachten medeplegen m.b.t. bedrijfsmatige hennepteelt en aanwezig hebben vermalen hennep. HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 november 2021.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/03352
Datum 23 november 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 oktober 2020, nummer 23-004406-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T.P.A.M. Wouters, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 november 2021.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2021:899 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHAMS:2020:2572 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2021:899 Parket bij de Hoge Raad, 5 oktober 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:2572 Gerechtshof Amsterdam, 5 oktober 2020 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.