Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 24 september 2021
ECLI:NL:HR:2021:1346Zaaknummer 20/02027
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 24 september 2021
- Publicatiedatum
- 24 september 2021
- Zaaknummer
- 20/02027
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Aantal m2 in gehuurd gebouw is lager dan in huurovereenkomst vermeld. Gebrek (art. 7:204 BW)? Vermindering huurprijs (art. 7:207 BW)? Wanprestatie?
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Stichting deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren M.J. Kroeze, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 september 2021.
Volledige tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/02027
Datum 24 september 2021
ARREST
In de zaak van
STICHTING DIVINE ROMANCE MINISTRIES,gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: de Stichting,
advocaat: C.S.G. Janssens,
tegen
GEMEENTE ROTTERDAM,zetelend te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: J.W. de Jong.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak 4763493 / CV EXPL 16-3177 van de kantonrechter te Rotterdam van 7 oktober 2016;
de arresten in de zaak 200.209.855/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 april 2017 en 7 april 2020.
De Stichting heeft tegen het arrest van het hof van 7 april 2020 beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Stichting heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Stichting deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren M.J. Kroeze, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 september 2021.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2021:541 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2020:1397 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2021:541 Parket bij de Hoge Raad, 4 juni 2021 (burgerlijk procesrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2020:1397 Gerechtshof Den Haag, 7 april 2020 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.