Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 21 april 2020
ECLI:NL:HR:2020:576Zaaknummer 18/04345
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 21 april 2020
- Publicatiedatum
- 21 april 2020
- Zaaknummer
- 18/04345
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit valsheid in geschrift en deelnemen aan criminele organisatie. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 18/03558, 18/04339, 18/04341, 18/04342 P, 18/04344, 18/04967, 18/04968, 18/04971 P, 18/04972 en 18/04974.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2020.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/04345 P
Datum 21 april 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 juni 2018, nummer 21/003064-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de betrokkene een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de betrokkene niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2020.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2020:400 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2018:5573 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2020:400 Parket bij de Hoge Raad, 21 januari 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2018:5573 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 juni 2018 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.