Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 21 april 2020
ECLI:NL:HR:2020:540Zaaknummer 19/03640
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 21 april 2020
- Publicatiedatum
- 21 april 2020
- Zaaknummer
- 19/03640
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Liquidatie op klaarlichte dag op straat in woonwijk in Leiden. Medeplegen moord, art. 289 Sr. 1. Bewijsklacht medeplegen. 2. Schriftuur b.p. ’s Hofs oordeel inzake in h.b. méér gevorderde (materiële en immateriële) schade dan in e.a. toereikend gemotiveerd? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/03472.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2020.
Volledige tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/03640
Datum 21 april 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 juli 2019, nummer 22-001783-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij K. Er heeft F.J.M. Hamers, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadslieden van de verdachte hebben een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2020.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHDHA:2019:1975 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2020:222 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2020:5726 Rechtbank Den Haag, 26 juni 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:5550 Rechtbank Den Haag, 25 juni 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:5690 Rechtbank Den Haag, 25 juni 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2020:222 Parket bij de Hoge Raad, 10 maart 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2019:1975 Gerechtshof Den Haag, 23 juli 2019 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.