Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 7 april 2020
ECLI:NL:HR:2020:434Zaaknummer 18/05440
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 7 april 2020
- Publicatiedatum
- 7 april 2020
- Zaaknummer
- 18/05440
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens art. 10.37.1 Wet milieubeheer, begaan door een rechtspersoon, door afgifte van stookolie (debunkeren) die als brandstof voor een schip problemen opleverde. Middel over de vraag of de stookolie kan worden aangemerkt als (gevaarlijke) afvalstof i.d.z.v. de Wet milieubeheer. Voorts middelen over afwijzen verzoek tot het horen getuigen, het opzet van verdachte en de strafmotivering. HR: art. 81.1 RO onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2020:433 t.a.v. het antwoord op de vraag of in deze zaak sprake is van ‘afvalstoffen’. Samenhang met 18/05457.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2020.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/05440 E
Datum 7 april 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag, economische kamer, van 12 december 2018, nummer 22-002609-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.S. Nan, advocaat te ’s‑Gravenhage, R.P. van Campen, advocaat te Amsterdam, en R.G.J. Laan, advocaat te Hoorn, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie en vgl. met betrekking tot het antwoord op de in het eerste middel aan de orde gestelde vraag of in deze zaak sprake is van ‘afvalstoffen’ het heden uitgesproken arrest in de zaak 17/05582, ECLI:NL:HR:2020:433).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2020.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2019:1124 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2018:3443 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2019:1124 Parket bij de Hoge Raad, 5 november 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2018:3443 Gerechtshof Den Haag, 12 december 2018 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.