Uitspraak · Verbintenissenrecht

Hoge Raad, 21 februari 2020

ECLI:NL:HR:2020:313Zaaknummer 18/03700

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 februari 2020
Publicatiedatum
21 februari 2020
Zaaknummer
18/03700
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Heeft woningcorporatie, samen met vastgoedontwikkelaar eigenaar van bouwpercelen, zich tegenover deze verplicht tot bouw van appartementen op die percelen? Uitleg (hoofzakelijk mondelinge) overeenkomst. Betekenis voorbereidingshandelingen door corporatie voor bouw.

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Ludinga in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Accolade begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Ludinga deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 21 februari 2020.

Volledige tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/03700

Datum 21 februari 2020

ARREST

In de zaak van

LUDINGA VASTGOED B.V.,gevestigd te Harlingen,

EISERES tot cassatie,

hierna: Ludinga,

advocaten: J.P. Heering en J.L. Luiten,

tegen

STICHTING ACCOLADE,gevestigd te Drachten,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Accolade,

advocaat: M.W. Scheltema.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

de vonnissen in de zaak C/17/110054/HA ZA 11-75 van de rechtbank Noord-Nederland van 16 november 2011, 21 december 2011 en 4 juni 2014;

de arresten in de zaak 200.153.434/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 september 2016, 12 september 2017 en 29 mei 2018.

Ludinga heeft tegen het arrest van het hof van 29 mei 2018 beroep in cassatie ingesteld.

Accolade heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van Ludinga heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Ludinga in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Accolade begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Ludinga deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 21 februari 2020.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.