Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 11 februari 2020
ECLI:NL:HR:2020:218Zaaknummer 18/05230
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 11 februari 2020
- Publicatiedatum
- 11 februari 2020
- Zaaknummer
- 18/05230
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Poging tot moord, door met een pistoolmitrailleur op cafébezoekers te schieten (art. 289 jo. 45.1 Sr); voorhanden hebben van (vuur)wapens en munitie (art.26.1 WWM), aanwezig hebben van verdovende middelen (art. 2.C en 3.C Opiumwet) en witwassen geldbedrag (art. 420bis Sr). Middelen over 1. verwerping uos; 2. bewezenverklaring poging moord o.a. t.a.v. voorbedachte raad; 3. bewijs van voorhanden hebben munitie; 4. kwalificatie van het bewezenverklaarde als witwassen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/05156 en 18/05536 (niet gepubliceerd, art. 81.1 RO).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2020.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/05230
Datum 11 februari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2018, nummer 21/003800-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2020.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2019:1342 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2018:10388 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2019:1342 Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2018:10388 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29 november 2018 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.