Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 3 november 2020
ECLI:NL:HR:2020:1691Zaaknummer 19/01888
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 3 november 2020
- Publicatiedatum
- 3 november 2020
- Zaaknummer
- 19/01888
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Motiveringsklacht over het op onjuiste gronden verwerpen van het beroep op (extensief) noodweerexces, art. 41 Sr. CAG strekkende tot verwerping, o.m. over de vraag of het oordeel van het hof dat geen sprake was van ‘invoelbaar emotioneel overreageren’ maar van handelingen die van een zekere rationaliteit en berekenbaarheid getuigen, begrijpelijk is. HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2020.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/01888
Datum 3 november 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 maart 2019, nummer 22-002466-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1938,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2020.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHDHA:2019:663 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2020:806 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2020:806 Parket bij de Hoge Raad, 15 september 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2019:663 Gerechtshof Den Haag, 27 maart 2019 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.