Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 3 november 2020
ECLI:NL:HR:2020:1646Zaaknummer 18/05383
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 3 november 2020
- Publicatiedatum
- 3 november 2020
- Zaaknummer
- 18/05383
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 8.2 aanhef en onder a WVW 1994. Moet de in art. 10.1 Besluit Alcohol drugs en geneesmiddelen in het verkeer opgenomen eis dat het bij het onderzoek gebruikte type ademanalyseapparaat is aangewezen bij ministeriële regeling (art. 5 van de Regeling Alcohol drugs en geneesmiddelen in het verkeer) als strikte waarborg worden aangemerkt? CAG: Mits blijkt dat voor het gebruikte apparaat door het NMi een individuele verklaring van goedkeuring is afgegeven, behoeft de eis van een ministeriële aanwijzing bedoeld in art. 10.1 van het Besluit niet te worden aangemerkt als strikte waarborg. Uit een gegeven NMi-goedkeuring blijkt namelijk zowel dat het gebruikte apparaat aan de kwaliteitseisen voldoet als dat sprake is van een type-goedkeuring. HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2020.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/05383
Datum 3 november 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 december 2018, nummer 22/001266-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2020.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2020:632 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2021:226 Parket bij de Hoge Raad, 9 maart 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:227 Parket bij de Hoge Raad, 9 maart 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:228 Parket bij de Hoge Raad, 9 maart 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:229 Parket bij de Hoge Raad, 9 maart 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2020:632 Parket bij de Hoge Raad, 23 juni 2020 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.