Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Hoge Raad, 17 juli 2020

ECLI:NL:HR:2020:1290Zaaknummer 19/03586

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 juli 2020
Publicatiedatum
17 juli 2020
Zaaknummer
19/03586
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomst van opdracht. Procesrecht. Vordering tot terugbetaling van gefactureerde bedragen; onverschuldigde betaling? Stelplicht en bewijslastverdeling; 'verantwoordingsplicht' opdrachtnemer (art. 7:403 lid 2 BW). Nog niet in kracht van gewijsde gegane afwijzing vordering in conventie; toewijzing reconventionele vordering tot opheffing conservatoir beslag?

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann, als voorzitter, en de raadsheren M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 17 juli 2020.

Volledige tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/03586

Datum 17 juli 2020

ARREST

In de zaak van

1. [eiseres 1] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [eiseres 2] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],

3. [eiseres 3] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERESSEN tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eiseressen],

advocaten: A.C. van Schaick en N.E. Groeneveld-Tijssens,

tegen

1. [verweeder 1],wonende te [woonplaats],

2. [verweerster 2] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

het vonnis in de zaak C/09/496976 / HA ZA 15-1092 van de rechtbank Den Haag van 6 september 2017;

het arrest in de zaak 200.229.977/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 mei 2019.

[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [verweerders] is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van [eiseressen] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann, als voorzitter, en de raadsheren M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 17 juli 2020.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.