Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 30 juni 2020
ECLI:NL:HR:2020:1171Zaaknummer 19/01482
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 30 juni 2020
- Publicatiedatum
- 1 juli 2020
- Zaaknummer
- 19/01482
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verduistering in dienstbetrekking, meermalen gepleegd (art. 322 Sr) en witwassen, meermalen gepleegd door verduisterde geldbedragen (€ 1.035.546,46) via internet over te maken naar bankrekening van anderen en geldbedragen om te zetten in bitcoins en andere cryptovaluta, art. 420bis.1.b Sr. 1. Kwalificatie van omzetten van verduisterde geldbedragen in bitcoins als witwassen. Zijn gedragingen van verdachte kennelijk gericht op daadwerkelijk verbergen of verhullen van criminele herkomst van geldbedragen? 2. Is sprake van voortgezette handeling a.b.i. art. 56 Sr? 3. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. en 2. HR: art. 81.1 RO. Ad 3. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichting opgelegd om aan Staat ten behoeve van in arrest genoemd slachtoffer in arrest vermeld bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2020.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/01482
Datum 30 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 maart 2019, nummer 20/002818-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
Het hof heeft de verdachte de verplichting opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer het in het arrest vermelde bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het arrest genoemde aantal dagen hechtenis.
De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof ambtshalve vernietigen voor zover daarbij vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2020.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHSHE:2019:965 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2020:148 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2024:212 Parket bij de Hoge Raad, 27 februari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:213 Parket bij de Hoge Raad, 27 februari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:214 Parket bij de Hoge Raad, 27 februari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:215 Parket bij de Hoge Raad, 27 februari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:216 Parket bij de Hoge Raad, 27 februari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:217 Parket bij de Hoge Raad, 27 februari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:686 Parket bij de Hoge Raad, 27 februari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2023:954 Parket bij de Hoge Raad, 31 oktober 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2020:148 Parket bij de Hoge Raad, 18 februari 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:965 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11 maart 2019 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.