Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 19 juni 2020
ECLI:NL:HR:2020:1080Zaaknummer 19/01027
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 19 juni 2020
- Publicatiedatum
- 19 juni 2020
- Zaaknummer
- 19/01027
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Schuldoverneming (art. 6:155 BW). Was sprake van wilsovereenstemming en kennisgeving?
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [koper] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verkoper] begroot op € 2.763,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 19 juni 2020.
Volledige tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/01027
Datum 19 juni 2020
ARREST
In de zaak van
V.O.F. [koper],gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [koper],
advocaat: J.P. Heering,
tegen
[verkoper] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verkoper],
advocaat: M.J. van Basten Batenburg.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak 3883121 RL EXPL 15-5096 van de kantonrechter te Den Haag van 1 september 2015, 5 oktober 2016 en 25 januari 2017;
de arresten in de zaak 200.215.807/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 juli 2017 en 4 december 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3942.
[koper] heeft tegen het arrest van het hof van 4 december 2018 beroep in cassatie ingesteld.
[verkoper] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [koper] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [koper] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [koper] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verkoper] begroot op € 2.763,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 19 juni 2020.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHDHA:2018:3942 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2020:137 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2020:137 Parket bij de Hoge Raad, 24 januari 2020 (verbintenissenrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2018:3942 Gerechtshof Den Haag, 4 december 2018 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.