Uitspraak · Verbintenissenrecht
Hoge Raad, 14 juni 2019
ECLI:NL:HR:2019:926Zaaknummer 18/01477
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 14 juni 2019
- Publicatiedatum
- 14 juni 2019
- Zaaknummer
- 18/01477
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Overeenkomst tot vermogensbeheer van particulier. Schadevergoeding bij tekortkoming. Doeleinden belegging. Waarschuwingsplicht? Samenstelling portefeuille gelet op doelstellingen. Schadebegroting. Erkentenis schadeomvang? Eigen schuld? Grenzen rechtsstrijd.
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 866,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Rabobank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 14 juni 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/01477
Datum 14 juni 2019
ARREST
In de zaak van
[eiseres],wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidenteel cassatieberoep,
hierna: [eiseres],
advocaat: mr. J.W. de Jong,
tegen
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., rechtsopvolgster van Schretlen & Co N.V.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidenteel cassatieberoep,
hierna: Rabobank,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 495663/ HA ZA 11-2228 van de rechtbank Amsterdam van 9 november 2011 en 9 mei 2012;
b. de arresten in de zaak 200.111.500/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 april 2014, 23 december 2014, 8 december 2015, 21 juni 2016, 11 oktober 2016 en 9 januari 2018.
[eiseres] heeft tegen de arresten van het gerechtshof van 22 april 2014 en 9 januari 2018 beroep in cassatie ingesteld. Rabobank heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiseres] mede door mr. J.L. Luiten en voor Rabobank mede door mr. R. Bloemink.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van zowel het principaal als het incidentele cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 866,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Rabobank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 14 juni 2019.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2019:440 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHAMS:2018:25 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2019:440 Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHAMS:2018:25 Gerechtshof Amsterdam, 9 januari 2018 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.