Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 4 juni 2019
ECLI:NL:HR:2019:838Zaaknummer 18/03862
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 4 juni 2019
- Publicatiedatum
- 4 juni 2019
- Zaaknummer
- 18/03862
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Moord door n.a.v. ruzie tussen verdachte en ander over door verdachte geleverde speed die ander op straat in Enschede van dichtbij met hagel in gezicht te schieten, art. 289 Sr. 1. OM ontvankelijk in h.b. v.zv. gericht tegen vrijspraak in e.a. van moord gelet op fouten in appelakte? 2. Uos t.a.v. betrouwbaarheid van verklaringen van getuige. HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/03862
Datum 4 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 13 juli 2018, nummer 21/004037-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.C. Huisman, advocaat te Deventer, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2019.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2019:305 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2018:6382 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2021:261 Parket bij de Hoge Raad, 26 januari 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:268 Parket bij de Hoge Raad, 26 januari 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2019:305 Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2018:6382 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 juli 2018 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.