Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 14 mei 2019
ECLI:NL:HR:2019:719Zaaknummer 18/02923
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 14 mei 2019
- Publicatiedatum
- 14 mei 2019
- Zaaknummer
- 18/02923
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Profijtontneming n.a.v. de hoofdzaak waarin de betrokkene is veroordeeld voor opzetheling van horloges afkomstig van inbraak bij een BN-er. Middelen over het afwijzen verzoek contra-expertise m.b.t. waardebepaling horloges, de onschuldpresumptie omdat betrokkene deels is vrijgesproken (Geerings, EHRM 1 maart 2007 NJ 2007/349) en de verdeelsleutel. HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/02923
Datum 14 mei 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 29 juni 2018, nummer 22/003407-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2019.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2019:397 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHAMS:2023:2981 Gerechtshof Amsterdam, 23 oktober 2023 (civiel recht)
- ECLI:NL:PHR:2019:397 Parket bij de Hoge Raad, 16 april 2019 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.