Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 23 april 2019
ECLI:NL:HR:2019:665Zaaknummer 17/03447
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 23 april 2019
- Publicatiedatum
- 24 april 2019
- Zaaknummer
- 17/03447
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Opzettelijk aanwezig hebben cocaïne, art. 2.C Opiumwet. Bij insluitingsfouillering is in portemonnee verdachte cocaïne aangetroffen. Biedt art. 9.4 Pw 2012 jo. art. 28.1 Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren grondslag voor onderzoek in portemonnee? HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
23 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/03447
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 22 juni 2017, nummer 23/003918-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T.E. Korff, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2019.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2019:219 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHAMS:2017:4559 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2019:219 Parket bij de Hoge Raad, 12 maart 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2017:4559 Gerechtshof Amsterdam, 22 juni 2017 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.