Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 19 april 2019

ECLI:NL:HR:2019:642Zaaknummer 18/00372

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 april 2019
Publicatiedatum
19 april 2019
Zaaknummer
18/00372
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid curator. Verlies van een kans. Waardering schade. Causaal verband.

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [A] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.049,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 19 april 2019.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in feitelijke instanties
  2. 2 Het geding in cassatie
  3. 3 Beoordeling van het middel
  4. 4 Beslissing

19 april 2019

Eerste Kamer

18/00372

TT/AR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres] B.V., voorheen [A] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P.S. Kamminga,

t e g e n

1. Mr. W.W. KORTEWEG, in zijn hoedanigheid van opvolgend curator in het faillissement van Imogène B.V.,wonende te Velp,

2. Mr. Rense Frank FEENSTRA,wonende te Brummen,

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. D.M. de Knijff.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [A] en de curator.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak 104278/HA ZA 03-1564 van de rechtbank Arnhem van 19 november 2003, 21 juli 2004, 12 januari 2005, 3 oktober 2007, 28 mei 2008, 18 maart 2009, 19 mei 2010 en 9 maart 2011;

b. het arrest in de zaak 2005/249 van het gerechtshof Arnhem van 6 februari 2007;

c. de arresten in de zaak 200.089.146 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 september 2014, 28 juli 2015 en 24 oktober 2017.

De hiervoor onder c vermelde arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 23 september 2014, 28 juli 2015 en 24 oktober 2017 heeft [A] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De curator heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping.

De advocaat van [A] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [A] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.049,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 19 april 2019.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.